Voegenwerk

 

Functies:

Voegwerk heeft twee functies: het afsluiten van de voegen tegen weersinvloeden, en het verfraaien van het metselwerk.

 

Voorbereiden van het voegwerk:

Als een gevel in schoonmetselwerk is gemetseld, moet je de voegen uitkrabben. Dit is noodzakelijk, omdat er anders geen voegafwerking kan worden aangebracht. Uitkrabben van het metselwerk moet op de juiste wijze gebeuren. Het verschilt tot welke diepte de lint- en stootvoegen  uitgekrabd worden, dit is afhankelijk van het soort voegwerk.

 

 

Beschadigingen van bestaand voegwerk

Beschadigingen aan bestaand voegwerk komen vaak voor. Om de schade aan het voegwerk te herstellen, moet eerst het beschadigde voegwerk worden gereinigd en uithakt . Vooraf reinigen is nodig omdat meestal niet van te voren vast staat wat de oorzaak is van de schade, ook voorkomt het grote stofontwikkelingen tijdens het uithakken. Het gedeelte dat is uitgehakt, moet ook gereinigd worden.

 

Reinigen van het metselwerk

Als er gereinigd gaat worden moet er eerst vastgesteld worden wat voor gevelverontreinigingen er verwijderd moet worden. De meeste verontreiniging die voorkomt is, spatvlekken van zand en teeltaarde, sporen van lekwater, achtergebleven mortelresten en muuruitslag.

Spatvlekken kunnen gemakkelijk droog worden weg geborsteld. Hardnekkige vlekken kunnen verwijderen worden met een krachtige waterstraal. Dat mag pas als de metselmortel is uitgehard.

Als er veel mortelsporen zichtbaar blijven is het mogelijk om te gaan afzuren. Afzuren houdt in dat de mortelresten met een verdund zuur worden afgeborsteld. Van te voren het metselwerk vochtig maken voorkomt dat het zuur diep het metselwerk kan indringen. Bij het afzuren kan gebruik worden gemaakt van azijnzuur. Voordelen hiervan zijn dat het de kans op muuruitslag, het aantrekken en vasthouden van vocht en algengroei kleiner is. Eventuele zuurresten moeten goed weg gespoeld worden met schoon water.
Wanneer er witte muuruitslag is dat afkomstig is door zout wat met voch uit de stenen komt, is het het beste om dit af en toe weg te borstelen en te wachten tot al het vocht uit de stenen is gekomen. Een nadeel is wel dat het lang duurt en gedurende deze tijd kan je ook niet voegen.

 

Weer

De weersomstandigheden moeten voor het voegen gunstig zijn: geen felle zon,  harde wind of regen. Het voegwerk mag ook niet voor of tijdens een vorstperiode worden uitgevoerd.        

 

Soorten voegwerk:

Er zijn vele verschillende manieren van voegen. Hieronder zijn de meest voorkomende weergegeven.

 

Platvol glad

Dit type voegwerk wordt veel toegepast in de woningbouw. Het geeft een goede bescherming tegen weersinvloeden, deze voeg kan goed verdicht worden en geeft een strak uiterlijk.

De lintvoeg en de stootvoeg moeten glad en strak met de voorzijde van het metselwerk komen. De voegmortel voor het voegwerk van de lintvoegen is aardvochtig. De mortel moet met een gelijkmatige kracht worden aangebracht en doorstrijken. De stootvoegen wordt met de hand gedaan.

Als laatste wordt het voegwerk licht afgeveegd met een zachte veger.

 

Geknipte voeg

Deze voeg vereist veel vakmanschap. De voeg komt eigenlijk alleen maar voor bij restauratiewerken. Soms nog eens bij traditionele woningbouw. Het accent ligt duidlijk op het voegwerk en niet op de verwerkte steen. De kleur van de voeg is vaak spierwit. De lintvoeg en de stootvoeg steken door aan de voorzijde van de steen.

Om een geknipte voeg aan te kunnen brengen moeten de te verwerken stenen maatvast en keurig in verband gemetseld zijn.

De voegmortel is een sterkere cementmortel en is door en door gekneed, anders wordt de voeg van slechte kwaliteit. De voegmortel wordt gelijkmatig aangebracht in de lintvoeg tot enkele millimeters voor te steen en de mortel moet stevig worden aangedrukt. De lintvoeg wordt afgesneden langs een voegijzer of voegrei tot op de kant van de steen. Daarna worden de stootvoegen met dezelfde cementmortel op dezelfde wijze als de lintvoeg aangebracht. Ook hier moeten de stootvoegen aansluiten op de lintvoegen. De stootvoegen worden uit de hand afgesneden tot op de kant van de steen.

De afwerking gebeurt na een korte droogtijd met een zeer zachte veger, zodat de knipkanten niet worden beschadigd.

 

Holle voeg

De holle voeg is een voeg die zoals de naam zegt, hol in de voeg ligt. Deze voeg geeft een licht schaduw effect. De voeg brengen ze aan met een bolle voegspijker, wat ook wel ooit gebeurd is dat ze een normale voegspijker pakken en hier en stuk rubber slang overheen schuiven. De voegmortel voor het voegwerk van de holle voegen is aardvochtig.

 

 

Schaduwvoeg

Een schaduwvoeg is voegwerk dat naar boven schuin terug licht. Deze voeg werkt afwaterend. Er moet goed worden gelet op de aansluiting van de lint- op de stootvoeg. De kans op vervuiling van de gevel is bij deze voeg groter.

De reden om voor deze voegvorm te kiezen, is hoofdzakelijk om de gevelsteen beter ‘te laten spreken’.

De stootvoeg wordt meestal platvol aangebracht. Voor dit type voegwerk moet het metselwerk voldoende diep worden uitgekrabd.

 

Iets teruggehouden voeg

Een iets terug houdende voeg ook wel kantvrije voeg genoemd wordt toegepast bij een strakke steen. Deze nivelleert maatverschillen in de gevel (basisprincipe in de bouw: gelijk = ongelijk).Hierdoor komt de steen goed tot uitdrukking.

Het geeft een goede bescherming tegen weersinvloeden. Het voegwerk wordt op dezelfde wijze aangebracht als platvol voegwerk, maar de voeg is iets dieper. De kanten worden dan iets ingesneden (niet verwarren met snijwerk). De afwerking met een zachte veger is alleen noodzakelijk om eventueel achtergebleven voegmortel te verwijderen.

 

 

Verdiepte voeg

Hierbij kan de gevel sneller vervuilen doordat er meer aanhechtingsoppervlak is voor ongerechtigheden. Door de diepe ligging is de voeg wel beter beschermd tegen weersinvloeden. De voeg heeft hierdoor een goede duurzaamheid. De stenen moeten spreken en niet het vlak.

Voordat deze voegvorm kan worden aangebracht, moet na het metselen van de stenen de voegen diep uit te krabben. De lintvoeg aanbrengen op een gelijkmatige diepte en strijk ze glad. De stootvoeg sluit hierop aan. Voor het verwijderen van het overtollige voegmortel kan een zachte langharige veger worden gebruikt.

 

 

Gekamde voeg

Bij het voegen van een gekamde voeg wordt de voegmortel eerst rijkelijk aangebracht. Wanneer dit is gebeurd word er met een kam of borstel een bepaald structuur in het voegwerk aangebracht. Hierdoor krijg je een ruwe voeg en krijgt de gevel een oud lijkend harmonieus beeld. De mortel voor het voegen van deze voeg is aardvochtig.

 

 

Bol geklopte voeg

Deze voeg geeft de gevel een rustiek uiterlijk. Omdat er bij het voegen van deze voeg een grote smetkans van de gevel bestaat, word deze voeg niet veel toegepast. Naast het smetgevaar bestaat er bij deze voeg grote kans op verbranden of uitlogen van de voegspecie. Er moet dus een goede nazorg zijn (veel sproeien zodat de voeg niet kan verbranden of uitlogen).

 

 

 

Gesneden voeg

De gesneden voeg vertoont veel overeenkomsten met de geknipte voeg, maar de voeg sluit nu gelijk op de voorkant van de steen aan. De mortelsamenstelling is ook gelijk.

De lintvoegen en de stootvoegen worden gelijktijdig aangebracht, zodat ze in één handleiding met een snijmes kunnen worden gesneden. De voegen worden langs de onderkant en de bovenkant met een geslepen voegspijker langs een rei afgestreken. De stootvoegen worden eveneens loodrecht langs een lat gesneden. Een gesneden voeg mag niet worden afgeveegd en is na het vakkundig snijden gereed.  

 

Geborstelde voeg

De geborstelde voeg wordt regelmatig toegepast. De voeg is minder tegen weersinvloeden beschermd. De oorzaak hiervan is, dat de voeg een meer open structuur heeft. Het wordt op dezelfde wijze aangebracht als platvol voegwerk, maar de afwerking is anders. Borstel voegwerk wordt namelijk met een hardere borstel (bezem) afgeveegd.

 

Doorgestreken voeg

Bij deze voegmethode wordt met dezelfde metselspecie gestreken als waarmee gemetseld is. De voegen worden dan eventeel nagerold met een voegroller. Dat moet binnen een uur na het metselen worden gedaan, omdat anders de specie te veel is opgedroogd. 

het voordeel van deze voegmethode is dat de voeg één geheel vormt met de metselspecie. Een ander groot voordeel is dat het snel werkt en er geen extra voeger meer hoeft te komen, dit is heel makkelijk bij bijvoorbeeld hoogbouw wanneer een steiger gebruikt word. Ook blijkt de doorstrijktechniek de schade aan voegen aanzienlijk te beperken.

 

Nazorg van vers voegwerk:

Het kan noodzakelijk zijn om een vers aangebrachte voegmortel na te behandelen als deze dreigt te verbranden. Er is dan te weinig vocht beschikbaar voor het proces van verstening. Het resultaat daarvan is dat de voegmortel weinig of geen samenhang heeft met het onderliggende metselwerk.

Als het metselwerk met verbrande voegmortel alsnog één of meer keren bevochtigt wordt, kan dat tot een aanzienlijke verbetering leiden.